Hasmin - De Klimplant die Bomen Inpakt
Gepubliceerd in de krant Amigoe op 21 Oktober 2026
Wie de naam Hasmin hoort, denkt misschien aan een onschuldige jasmijn met heerlijk geurende witte bloemen. En inderdaad: de kleine witte bloemen van deze plant ruiken aangenaam. Maar de Hasmin waar het hier om gaat, Jasminum fluminense, heeft ook een andere kant.
Het is een krachtige klimplant die struiken en bomen kan overgroeien. Op Curaçao hoort hij oorspronkelijk niet thuis. De plant komt uit Afrika en delen van het Arabisch Schiereiland en is door mensen naar allerlei tropische gebieden gebracht. Eenmaal op een nieuwe plek kan Hasmin zich zelfstandig verspreiden. De plant maakt vruchten die door dieren worden gegeten, groeit snel door andere vegetatie heen en kan uiteindelijk een dicht pakket van stengels en bladeren vormen. Daarmee is Hasmin opnieuw een voorbeeld van een plant die waarschijnlijk ooit met goede bedoelingen naar Curaçao kwam, maar zich daarna niet aan de grenzen van de tuin hield.
Een jasmijn uit Afrika
De wetenschappelijke naam is Jasminum fluminense. De soort behoort tot de olijffamilie, dezelfde plantenfamilie waartoe ook andere jasmijnen en de olijfboom behoren. Volgens de botanische database van Kew Royal Botanical Gardens ligt het natuurlijke verspreidingsgebied echter in tropisch en zuidelijk Afrika en delen van het Arabisch Schiereiland. De soort komt van nature onder andere voor in Angola, Kenia, Mozambique, Tanzania, Nigeria, Zambia en Zimbabwe. Vanuit zijn oorspronkelijke leefgebied werd Hasmin door mensen naar andere warme delen van de wereld gebracht. Tegenwoordig komt hij als geïntroduceerde soort voor in grote delen van het Caribisch gebied, Midden-Amerika, delen van Zuid-Amerika en op verschillende eilanden in de Stille Oceaan. Ook de voormalige Nederlandse Antillen staan op die lijst.

Hasmin op een omheining in de Savaan
Al meer dan honderd jaar op Curaçao
Wanneer de eerste Hasmin naar Curaçao kwam en wie hem meenam, is moeilijk te achterhalen. Wel weten we dat het geen recente nieuwkomer is. De Nederlandse botanicus Isaac Boldingh vermeldde de plant al in zijn botanische werken over de Nederlands-West-Indische eilanden uit 1909 en 1913. Waarom hij hierheen werd gebracht, is niet met zekerheid te zeggen. Maar alles wijst op de meest voor de hand liggende verklaring: als sierplant. Dat gebeurde ook elders in de wereld. De plant heeft aantrekkelijke geurende witte bloemen, groeit gemakkelijk en kan over een hek, pergola of andere ondersteuning worden geleid.
Eerst een tuinplant, daarna een wilde plant
Het probleem met een klimplant is dat hij niet weet waar een tuin ophoudt. Hasmin is een houtige klimplant. De jonge stengels zijn dun en soepel, maar oudere stengels worden steeds steviger. De plant gebruikt andere begroeiing als ondersteuning en werkt zich zo omhoog.
In Florida, waar Jasminum fluminense eveneens is ingevoerd en invasief is geworden, is waargenomen dat Hasmin tot hoog in volwassen bomen kan klimmen. De plant kan daar de oorspronkelijke vegetatie volledig bedekken. Dat is precies waarom een klimplant een bijzonder soort invasieve plant kan zijn. Een boom moet jarenlang investeren om hoog te worden. Hij maakt een stam, takken en wortels om zijn kroon uiteindelijk naar het zonlicht te brengen. Hasmin hoeft dat allemaal niet te doen. Hij gebruikt gewoon de boom.
Een deken over de mondi
Daarmee lijkt Hasmin enigszins op Palu di Lechi. Beide zijn klimplanten die andere planten als ondersteuning gebruiken. Wanneer Hasmin door een struik of boom groeit, komen steeds meer van zijn eigen bladeren boven op de bladeren van de gastplant te liggen. Daardoor onderschept hij zonlicht.
Voor een plant is licht voedsel. Met behulp van zonlicht maken groene bladeren suikers waarmee de plant groeit en in leven blijft. Wanneer een struik steeds verder onder een dicht pakket van klimplanten verdwijnt, wordt dat moeilijker. Bovendien vormt de klimplant een extra gewicht op takken en twijgen. In gebieden waar Hasmin sterk invasief is geworden, kan de plant uiteindelijk hele stukken vegetatie overgroeien.

Hasmin beklimt een Oliba bij Rooi Catootje
Op Curaçao vooral waar de omstandigheden gunstig zijn
Hasmin lijkt op Curaçao niet overal even succesvol. Een onderzoek naar invasieve planten in de Nederlandse Cariben beschrijft Jasminum fluminense als een soort die vooral wordt gevonden in natuurlijke vegetatie op vochtigere plaatsen waar de bodem relatief goed ontwikkeld is.
Dat is interessant. Curaçao is immers een droog eiland. Veel van onze oorspronkelijke planten zijn gespecialiseerd in het overleven met weinig water en een dunne, rotsachtige bodem. Hasmin heeft dus niet overal dezelfde kansen. Maar Curaçao is ook niet overal even droog. Er zijn rooien, laaggelegen terreinen en andere plekken waar water zich na regen verzamelt. Er zijn bovendien gebieden met diepere bodems die langer vocht vasthouden. Op zulke plaatsen kan een plant die iets meer vocht nodig heeft ineens een voordeel krijgen. Dat helpt verklaren waarom invasieve planten soms zeer plaatselijk een groot probleem vormen.
De vogels helpen mee
Hasmin beschikt bovendien over een uitstekende manier om vanuit een tuin of bestaande groeiplaats ergens anders terecht te komen. Na de witte bloemen ontstaan kleine vlezige vruchten. Wanneer ze rijp zijn, worden ze donker tot bijna zwart.
Voor vogels en andere dieren zijn zulke vruchten voedsel. Het dier eet de vrucht, maar daarmee begint voor de plant juist de reis. De zaden kunnen worden meegenomen en op een andere plaats terechtkomen. In Florida is verspreiding door vogels en zoogdieren een belangrijke reden voor de invasieve kracht van Hasmin. De plant produceert veel zaden en die kunnen bovendien zeer goed kiemen. Dat betekent dat Hasmin niet afhankelijk is van een tuinier die een stekje neemt. Een vogel kan het werk doen.
Eén plant wordt een netwerk
Hasmin verspreidt zich niet alleen via zaden. De lange stengels groeien door en over andere planten en kunnen een ingewikkeld netwerk vormen. Wanneer zo'n begroeiing eenmaal goed ontwikkeld is, wordt bestrijding lastig. Alleen wat bladeren en ranken weghalen is dan niet voldoende. De plant moet tot de hoofdstengels worden teruggevolgd en daar worden aangepakt. Bij invasiebestrijding in Florida wordt bovendien gewaarschuwd dat een gebied na behandeling opnieuw gecontroleerd moet worden. Dat is kenmerkend voor veel invasieve planten. Het eerste verwijderen is niet het moeilijkste deel. Het moeilijkste deel is zorgen dat ze niet terugkomen.
Niet iedere jasmijn is Hasmin
Daarbij is nog iets belangrijk. Er bestaan honderden soorten jasmijn en verschillende daarvan worden als sierplant gekweekt. Niet iedere plant die op Curaçao “jasmijn” wordt genoemd, is dus automatisch deze invasieve Hasmin. Jasminum fluminense is onder andere herkenbaar aan zijn bladeren. Een blad bestaat uit drie afzonderlijke blaadjes. Het middelste blaadje is meestal groter dan de twee andere. De witte bloemen staan in groepjes bij elkaar. Ze hebben een lange smalle bloembuis en aan het uiteinde spreiden de bloemblaadjes zich als een klein wit sterretje uit. De bloemen openen vooral 's nachts en geuren. Later verschijnen de kleine donkere vruchten.
Een oude indringer
Hasmin verschilt op een interessante manier van neem. Bij neem kunnen we de invasie op Curaçao bijna zien gebeuren. Die boom lijkt pas enkele tientallen jaren geleden te zijn geïntroduceerd en verspreidt zich nu steeds verder. Hasmin is veel langer onder ons. Al aan het begin van de twintigste eeuw werd hij door botanici op de Nederlands-Caribische eilanden beschreven.
Mooi is niet hetzelfde als onschuldig
Ook Hasmin kwam waarschijnlijk niet naar Curaçao omdat iemand onze natuur wilde veranderen. Waarschijnlijk gebeurde precies het tegenovergestelde. Iemand zag een aantrekkelijke klimplant met mooie, geurende witte bloemen en dacht: die wil ik in mijn tuin. Dat gebeurde overal ter wereld. Maar een plant die in een tuin mooi en nuttig is, kan buiten die tuin heel andere eigenschappen laten zien. Hasmin kan klimmen, snel groeien, veel zaden maken en die zaden door dieren laten verspreiden.
In zijn oorspronkelijke leefgebied maken die eigenschappen hem gewoon tot een succesvolle plant. Op een eiland waar hij niet thuishoort, kunnen dezelfde eigenschappen hem tot een indringer maken.
Daarmee vertelt Hasmin opnieuw dezelfde les als Palu di Lechi, Tumba Rabu, neem en Beyisima. De gevaarlijkste invasieve plant hoeft er helemaal niet gevaarlijk uit te zien. Soms ruikt hij zelfs heerlijk.