12. Het Paga Tera Systeem

Het Curaçaose plantagebedrijf

Het Paga Tera Systeem

(Gepubliceerd in de krant Amigoe op 30 juli 2025)

In het vorige artikel zijn we ingegaan op de economische betekenis, rentabiliteit en financiering van de Curaçaose plantage. In dit artikel gaan we in op het “paga tera” systeem dat werd ingevoerd na de afschaffing van de slavernij in 1863.

De afschaffing van de slavernij in 1863

De slavernij op Curaçao werd afgeschaft in 1863. Nederland was hiermee laat. In de Engelse koloniën in het Caribisch gebied werd de slavernij namelijk al afgeschaft in de periode 1834 – 1838. In de Franse en Deense koloniën werd de slavernij afgeschaft in 1848. De afschaffing van de slavernij had uiteraard gevolgen voor de plantages.

Bewoning van domeingronden door ex-slaafgemaakten voor 1863

After the plantations were set up, the less fertile areas remained. These public lands were also called savannas, and they belonged to the government. The owners of the plantations used these public lands to graze their cattle. Sometimes, they even got permission from the government to do this. But the owners of the plantations thought they had the right to graze on the public lands, even though that wasn’t actually the case. In some cases, they even thought they owned certain public lands! 

Before the abolition of slavery, the so-called "free people" already lived on the public lands. These were mostly former enslaved people who had obtained their freedom. They often lived in scattered houses, often with a piece of land, on which sorghum (maishi chikí) was grown. The owners of the plantations often turned a blind eye to this on the condition that only the sorghum panicles were harvested. The sorghum plants had to be left standing. The owner of the plantation then had the sorghum plants eaten by his cattle. This was of course illegal because the public lands were owned by the government and not by the plantations. The freemen on the public lands were often not allowed to keep goats because, according to the plantation owner, they could damage the crops on the plantation. Donkeys were often only allowed insofar as they were needed for their own transport. If the plantation owner did not like the residence of a free person on the public grounds, he had him removed. The government usually sided with the plantation owners in case of complaints. 

De positie van de ex-slaafgemaakten na 1863

In 1863 werd de slavernij afgeschaft en nam uiteraard het aantal vrije lieden toe. De plantages hadden echter arbeiders nodig. De planters waren erop tegen dat de ex-slaafgemaakten eigen grond zouden bezitten. Het verzet van de planters tegen eigen grond bezit van de ex-slaafgemaakten kwam voort uit de vrees om arbeiders te verliezen. De meeste planters slaagden erin de ex-slaven aan zich te binden door het afsluiten van een zogenaamde “paga-tera”-overeenkomst.

Paga tera betekent letterlijk betalen voor grond. De ex-slaaf mocht op de plantage in zijn huisje blijven wonen als een soort pachter. Hij mocht voor eigen gebruik een perceeltje sorghum en andere gewassen verbouwen. Dit perceeltje werd de “kunuku” genoemd. Kunuku is een indiaans begrip verrijkt met Afrikaanse gewassen en gewoonten. Ook mocht hij houtskool maken. Verder mocht hij kleinvee zoals geiten, varkens en kippen houden. Ook mocht hij er een paar ezels op na houden.

In ruil hiervoor waren de sorghumstengels voor de eigenaar van de plantage. Hij gebruikte de sorghumstengels als veevoer. Ook moest de ex-slaafgemaakte zonder loon, maar wel tegen verstrekking van voedsel, 12 dagen voor de planter werken. Daarnaast was de ex-slaafgemaakte verplicht om tegen betaling op oproepbasis te werken voor de planter zodra deze daar behoefte aan had. Ex-slaafgemaakten konden verder worden verwijderd van de plantage zodra zij in de ogen van de planter brutaal of lui waren.

Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt was dit systeem voor de eigenaar van de plantage voordelig. Hij had al schadevergoeding gekregen van de overheid voor het verlies van de slaafgemaakten. En nu hoefde hij ook niet meer te zorgen voor de levensbehoeften van de slaafgemaakten die niet productief waren zoals kinderen, bejaarden en invaliden. De ex-slaafgemaakte van zijn kant had vaak geen andere keuze dan de paga-tera overeenkomst te aanvaarden. Buiten de plantage was namelijk de werkgelegenheid gering. De eigenaar van de plantage kon zo dus zijn oude machtspositie handhaven. In langere droge periodes als de oogst mislukte waren de ex-slaafgemaakten soms genoodzaakt tijdelijk te gaan werken in het buitenland. De overheid hield voornamelijk rekening met de belangen van de planters. In 1879 werd een overheidsbesluit afgekondigd dat bewoners van de domeingronden niet meer dan vijf geiten en twee ezels mochten houden. Dit om wonen op de domeingronden tegen te gaan.

Rond 1885 komt verandering in deze voor ex-slaafgemaakten onrechtvaardige situatie door het optreden van de toenmalige districtsmeester Eskildsen. Toen de overheid op grond van zijn adviezen stukken land verpachtte aan ex-slaafgemaakten kwamen ruim 50 plantage-eigenaren hiertegen in verzet. In diverse nota’s veegde Eskildsen echter de argumenten van de planters van tafel.


Bewoning Westpunt op overheidsterrein 1900 – 1904 (Foto Soublette)

In het eerst decennium van de twintigste eeuw werden tijdens het bewind van Gouverneur De Jong van Beek en Donk plantages opgekocht en verdeeld in stukken van twee hectaren en verpacht aan gegadigden. De levensomstandigheden van degenen die bleven wonen op de plantages veranderden echter maar weinig.

In 1915 vestigde Shell zich op Curaçao. Shell bouwde een olieraffinaderij bij het Schottegat. Curaçao lag namelijk gunstig ten opzichte van de olievelden in Venezuela bij het meer van Maracaibo. De natuurlijke haven in het Schottegat was geschikt voor grote schepen. De raffinaderij werd een van de grootste werkgevers op het eiland en speelde een centrale rol in de economie van de twintigste eeuw. Pas op dat moment kwam aan de machtspositie van de plantages een einde. Veel arbeiders vertrokken van de plantages en gingen werken bij de raffinaderij. Dit was het begin van het einde van het plantagetijdperk.

Vestiging van de Shell op Curaçao

Samenvatting van plantagereeks

In dit artikel is het paga tera systeem aan de orde gekomen. Dit is ook het laatste artikel in deze reeks. De plantages zijn ontstaan nadat de WIC Curaçao in bezit nam. We hebben gezien hoe op de plantages waterwerken werden gebouwd ten einde over voldoende water te beschikken. Ook zijn we ingegaan op de wijze van bouwen, de bouwmaterialen en de architectuur van het landhuis. We hebben gezien dat plantages niet alleen produceerden voor eigen gebruik en verkoop in de stad, maar zelfs op kleine schaal erin slaagden om producten te exporteren. We zijn in detail ingegaan op de teelt van Sorghum (maishi chikí) dat van groot belang was voor de voedselvoorziening. Verder is aandacht geschonken aan de rol van de (compagnie)plantages bij de vestiging van het maritieme steunpunt van de WIC, de rol van de (compagnie)plantages bij de slavenhandel en de rentabiliteit van de plantages. In dit laatste artikel is ingegaan op de situatie na de afschaffing van de slavernij. Hoe de plantage-eigenaren hebben getracht om via het paga-tera systeem feitelijk de slavernij in een andere vorm in stand te houden. En hoe hieraan een einde kwam met de komst van Shell.

Het was dan uiteindelijk ook niet de koloniale overheid die een einde heeft gemaakt aan de pseudo-slavernij van het paga-tera systeem maar de nieuwe economische mogelijkheden die de raffinaderij bood. De alternatieve werkgelegenheid bij de Isla in het begin van de twintigste eeuw leidde tot grote tekorten aan arbeiders op de meeste plantages waarmee dan ook het einde kwam aan het plantagetijdperk.

Paul Stokkermans 30 juli 2025
Deel deze post
Labels
Archiveren
Aanmelden om een reactie achter te laten
11. De Economische Betekenis, Winstgevendheid, en Financiering van de Curaçaose Plantage
Het Curaçaose plantagebedrijf