Bouwmaterialen
(Gepubliceerd in de krant Amigoe op 4 juni 2025)
Import van bouwmaterialen was duur. Geïmporteerde en de lokale bouwmaterialen werden hierdoor naast elkaar toegepast. Belangrijke bouwmaterialen waren lokale natuursteen en lokale kalk die nodig was voor het maken van specie om te kunnen metselen.
Natuursteen
Natuursteen werd lokaal verkregen en kwam voor als koraalsteen en breuksteen. Koraalsteen zijn de stenen die je vindt op het strand. Koraalstenen zijn veelal rond en glad vanwege de slijpende werking van de golven. Koraalstenen konden gewoon worden opgeraapt op het strand. Breuksteen daarentegen is kalksteen afkomstig uit steengroeven, waar deze door hakken en later mogelijk door explosieven werd verkregen. Breuksteen was daardoor hoekig. Omdat landhuizen vaak verder van de zee lagen werd voor de bouw van landhuizen veelal breuksteen gebruikt. Soms werd voor bijgebouwen ook diabaas gebruikt.
Door de onregelmatige vorm van natuursteen waren de muren opgetrokken uit natuursteen vaak dikker. Dragende buitenmuren zijn vaak 40 tot 50 centimeter dik.
Deel muur landhuis Zevenbergen gemaakt van breuksteen
Baksteen
Baksteen werd geïmporteerd. Baksteen werd ook als ballast op schepen meegevoerd. De baksteen was duurder dan de lokale natuursteen. De baksteen werd veelal gebruikt voor de detaillering zoals bogen, lijsten, dakkapellen waarvoor de natuursteen niet echt bruikbaar was. De baksteen kwam in twee vormen. In het begin was dit de gele kleinere IJsselsteen. IJselsteentjes werden gemaakt in de buurt van Gouda aan de Hollandse IJssel. Later kwam de iets grotere rode baksteen. De kleisoort en het bakken bepalen de kleur. Kalkhoudende klei levert de gele ijsselsteentjes. IJzerhoudende klei levert de rode bakstenen.
IJsselsteentjes
Dakpannen
Dakpannen werden ook geïmporteerd. Dakpannen werden ook als ballast meegevoerd met schepen. De gebruikte dakpannen waren veelal de Oudhollandse pannen afkomstig van de pannenbakkerijen aan de Rijn en de IJssel. Ze kwamen in diverse uitvoeringen en kleuren.
Oudhollandse dakpannen op de paardenstal op Savonet
Kalk
Gebluste kalk was nodig voor het maken van specie voor bouwactiviteiten. Ook was gebluste kalk nodig voor het afstrijken van dakpannen. De kieren van de dakpannen werden vaak aan de binnenkant met kalkspecie afgestreken (strika panchi) om lekkages te voorkomen.
Kalk werd gebrand in veldovens of gemetselde kalkovens. Hiervoor werd in het verleden onder andere mangrovehout gebruikt. Mangrovehout is hard, dicht en droogt goed, waardoor het uitstekend brandt en langdurige hitte levert. Het verhitten van kalksteen of koraal tot 900–1000°C vereist veel brandstof. Mangrovehout was geschikt om deze temperaturen te bereiken in traditionele kalkovens.
Kalk wordt ook wel calciumcarbonaat (CaCO3) genoemd. Kalk komt voor in de natuur als kalksteen, koraalsteen en schelpen. Bij het branden van kalk ontstond een poeder dat ongebluste kalk (CaO) wordt genoemd. In het Papiaments noem je ongebluste kalk “kalki bibu”.
In een kalkoven worden lagen van kalk afgewisseld met lagen van hout. Voor het kalkbranden was veel hout nodig. Dit gold overigens ook voor de productie van houtskool. Hierdoor is veel bos verdwenen. De overheid maakte zich hierover in het verleden al grote zorgen. In een publicatie uit 1826 werd daarom bekend gemaakt dat voor kalkbranden toestemming van de overheid nodig was.
Door Carmabi gerenoveerde kalkoven (vooraanzicht en binnenkant) bij de Salinja van Rif St. Marie (Willibrordus)
De ongebluste kalk werd met water geblust. Hierbij ontstond dan gebluste kalk (Ca(OH)2). De naam voor gebluste kalk in het Papiaments is “kalki pagá”. Met de gebluste kalk kon dan vervolgens specie worden gemaakt door de gebluste kalk te mengen met klei.
De specie werd nog sterker als aan de specie tras werd toegevoegd. Tras is vulkanische as. Deze werd op Curaçao vaak geïmporteerd uit St. Eustatius. Kalkspecie is wit. Door aan kalkwater een kleurstof toe te voegen kregen de gebouwen een kleur. Landhuizen kregen zo hun vaak typerende okergele kleur.
Hout
Zowel lokaal hout als geïmporteerd hout werd gebruikt. Lokaal werd manzaliñahout en het hout van cactusbomen werd gebruikt. Ook werd mahoniehout gebruikt. Op Savonet ligt naast het hòfi achter het landhuis het zogenaamde mahokkenbos. Hier is in het verleden mahok (Swietenia mahogoni) aangeplant. Mahok, oftewel de West-Indische mahonie, is een roodbruine houtsoort die veel voor meubels en botenbouw werd gebruikt. Jaren geleden is in het mahokkenbos een boom omgevallen, notabene op de overloop (Sakadó) van een dam aldaar. Deze boom wordt nu gebruikt om planken te maken voor gebruik in het kantoor op Savonet waar de toegangskaartjes worden verkocht.
Verwerking omgevallen mahokboom tot planken
Hout van mangroves en tamarindes was geschikt voor daksparren. Op de daksparren werden de panlatten aangebracht. Op de panlatten lagen de dakpannen.
Het overgrote deel van het bouw- en constructiehout werd echter al in de achttiende eeuw geïmporteerd uit Noord-Amerika. We moeten hierbij denken aan eikenhout, white-pine, yellow-pine en met name pitch-pine (Amerikaans grenen).
In dit artikel zijn de materialen besproken die werden gebruikt voor de bouw van de gebouwen op een plantage. Deze materialen werden deels geïmporteerd. Een plantage had echter ook producten voor de export. Deze komen in het volgende artikel aan de orde.
8. Bouwmaterialen op de Curaçaose Plantage